Man op reis in Australië: boomkangoeroe

27 oktober 2017 door

Het is acht uur en pikdonker, de augustusavond is al doodstil en zonder dralen over de Atherton Tablelands gevallen, het duister heeft de aangename warmte van de vroege lentedag verruild voor milde koude.

Margit heeft een vest aan als ze de glazen pui openschuift en de wallaby’s en de woudvogels, de buidelratten en de parmantige boskalkoen voert die zich in afwachting van dit dagelijks ritueel alvast in haar tuin hebben verzameld. De dieren duiken meteen op het fruit en de groente die ze met grote halen over het gras uitstrooit.

Als ze terugkeert naar binnen, waar kacheltjes het bezoek in haar woonkamer rozig maken, steekt een harig hoofdje uit het vest. Het is Dobby, de boomkangoeroe die zijn ouders is verloren, zegt Margit, terwijl ze wijn inschenkt en thee en chocolade neerzet, uit de Alpen: neem, zegt ze, neem vooral!

Dobby klimt intussen uit het vest en hupt over de blinkend gepoetste vloer naar een takkenbos die even verderop in de kamer ligt: als de mensen eten, dan ik ook. Het bezoek grinnikt – na een halve dag is het al doodnormaal dat hier een beest rondloopt waar dierentuinen over de hele wereld een moord voor doen.

Margrit praat honderduit over de zorg voor Dobby en de rest. Ze oogt vitaal; vragen naar haar leeftijd is niet alleen niet gepast, het doet er ook niet toe – het is volstrekt onbelangrijk, hier tussen de hoge donkere bomen van een regenwoud dat ze eigenhandig voor teloorgang heeft kunnen behoeden. Ze komt uit Duitsland, maar ook dat is irrelevant, al echoën sommige posters in haar grote huis-met-balkon-over-de-hele-lengte haar Europese wortels en hangen in de keuken emaillen Maggi-reclames.

Allemaal bijzaak: dit huis en haar bewoonster zijn een bastion voor de fauna van dit land. En dan vooral voor de boomkangoeroes, van wie het bestaan naar we vernemen ernstig wordt bedreigd. Ga maar na, zegt Margit resoluut: het regenwoud valt ten prooi aan landbouwgrond, er duiken ook nog allerlei ziektes op en automobilisten doen de rest. “Australië staat er niet bijster goed op als het gaat om dierenwelzijn,” zegt ze dan fel. “Veel soorten worden met uitsterven bedreigd. En eenmaal weg komt een species nooit meer terug.” Dobby kijkt op, gaat het over hem? Dan hupt het beestje terug naar de zithoek en nestelt zich vlak naast me op de rugleuning van de bank om daar uitgebreid zijn pootjes schoon te poetsen.

“Na een paar jaar gaan de boomkangoeroes die ik hier opvoed, de natuur weer in,” wijst Margrit intussen door de glazen wand naar buiten. Daar begint op twee meter achter haar huis het regenwoud dat zij eigenstandig voor verdwijnen heeft behoed; de buren hadden de grond willen kopen om de bomen te kappen en er hun koeien op te laten grazen net zoals in de wijde omtrek – niets daarvan. Dobby is in slaap gevallen, zijn hoofdje tegen zijn buik, de ferme staart valt over de bank. Ik aai het beest, strijk over zijdezachte haartjes. Dan gaan we zelf slapen. Margit blijft nog even op, zegt ze, dierendingen doen.

De volgende ochtend staat een ongekend uitgebreid ontbijt voor ons klaar. We eten gedrieën aan tafel. Nou ja, uit het vest van Margit piept ook nu Dobby tevoorschijn. Met een takje om op te sabbelen. Als we even later wegrijden, zien we het beestje nog een stukje achter ons aan huppelen. Dan keert hij terug naar zijn beschermvrouw. En zo hoort het ook, hier.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.