Man op Reis in Nieuw-Zeeland: vissen op het strand

13 september 2018 door

Northland: boerengrond. Weids, vruchtbaar en vlak, een vrijwel vergeten deel van het land. Hier huist de Napuhe-stam; Maori die anderhalve eeuw geleden door Britse troepen voorzien werden van vage beloften en wapentuig. Ze schoten daarmee op hun eigen mensen en karma sloeg terug: nu is het armoe troef hier; de Napuhe hebben geen goede naam naar verluidt.

Maar kom daarmee niet aan bij Joe, Maria en hun vrienden. Als trots een gedaante heeft, is het die van de groep mannen en vrouwen met wilde haren die hun quads laten ronken, wetsuits al aan – kom op! We gaan vissen op het strand!

Nog maar nauwelijks uit onze huurauto gevallen, racen we achterop de stoere brommers een eindeloos verlaten strand op. En al snel hengelen we de ene na de andere snapper uit het zoute water, onze lijnen strak van worstelende kracht. Ik trek de grootste exemplaren los van een immense mosselbank. De mannen in wetsuit halen ondertussen een imposante kreeft tussen de rotsen vandaan.

Straks zullen we het grootste deel van de vangst opeten, hoor ik. Eén forse vis gaat traditiegetrouw naar het ouderenhuis in het kustdorp Opononi, waar ook wij zullen eten en slapen.

Ik vang twee vissen: mijn eerste zee-vangst ooit. De vissers helpen me elegant om de exemplaren – mogelijk niet groot, maar zeker niet klein – los te halen en te doden.

Als we terugrijden, het kilometerslange stille strand af naar de inham waarachter weer mensen zullen zijn, wegen en huizen, vraag ik de bestuurder van de quad of ze leven van de visvangst. Welnee, schatert hij: we werken allemaal in het stadje. Dit is onze hobby. Maar in zijn ogen lees ik dat er meer betekenis schuilt in het samenzijn waarvan ik zowel deelnemer als getuige was.

Maria had het me ook al verteld: vissen is een levensvervulling voor de Napuhe, een sociaal evenement, verbinding ook met de voorouderlijke tradities. Nooit je rug naar de zee keren, heeft mijn quad-chauffeur me eerder vandaag zelf nog bezworen – de zeegod is grillig. Ze kan elk moment van vorm veranderen, haar klauwen kunnen je plotseling grijpen, je meevoeren. We zijn geen haar belangrijker dan de zee.

Dat klinkt bepaald gewichtiger dan hobbytaal. Joe is later op de dag de barbecueman. Zijn gespierde en getatoeëerde armen planten de ene vis na de andere op tafel; zelfs opgeviste reusachtige schelpen worden gebakken. De inhoud is zacht en mals. “Deze vis is rauw het lekkerst, met een beetje sojasaus,” zegt Maria. “En weet je wat? Het is jouw vis.” Nooit eerder at ik zo veel vis, zo vers en zo smakelijk – zo echt.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.