Man op reis in Australië: bootgezin

22 december 2017 door

Stu ziet eruit zoals je denkt dat een Australiër eruit hoort te zien: breedgeschouderd, bronzen huid, zon-gebleekt strohaar en groene ogen die zowel vastberadenheid als plezier uitstralen. Hij groet ons vanaf zijn tenderbootje dat pruttelend richting strandje vaart – naast ons zit zijn twaalfjarige zoon gehurkt in het zand op hem te wachten; een mini-uitvoering van zijn vader die zich kort tevoren breed lachend heeft voorgesteld als Fletcher, in alles volwassener ogend dan elke twaalfjarige die ik ooit eerder zag.

Stu, Lisa en Fletcher: het Australische bootgezin bij Magnetic Island in Australië

We stappen aan boord van zijn bootje dat ons rustig naar het moederschip vaart – en dat dient letterlijk genomen te worden: het 18 meter lange zeiljacht heet Big Mama.

Aan boord maken we kennis met Lisa, de ook al op het volle buitenleven gebouwde blondine die het derde lid is van dit zeilersgezin. Dan rekenen we Coco niet mee, een pikzwart chiwawa-achtig hondje dat het dek op en neer dartelt.

We zetten zeil vanaf Magnetic Island, de volle zee op, een hele dag snorkelen en zwemmen en eten en drinken. Het vandaag meereizende gezelschap verschilt in zowat alles, behalve een rotsvaste status als landrot.

Het schip Big Mama van het Australische bootgezin Stu, Lisa en Fletcher bij Magnetic Island in Australië

Lisa vertelt over het leven aan boord van het jacht: het is ons huis, zegt ze. Ongeloof valt haar ten deel: maar school dan? En shoppen? “We leggen overal en nergens aan,” stelt ze ons gerust, “zie je dat strandje daar? Daar laten we Coco uit als we zelf uit eten gaan. En de supermarkt op ‘Maggie’ is flink duurder dan die in Townsville aan de overkant; daar doen we dus inkopen.”

Ik probeer het me voor te stellen: een leven zonder vaste ankerplaats; gaan daar waar het goed is, mooi, spannend. Je opgroeiende kind een wereld bijbrengen zoals je die je ziet vanaf de voorplecht; geen spullen meenemen die je toch niet nodig hebt, uitsluitend vriendschappen aangaan die de golven kunnen trotseren. Het lukt me maar half.

Stu aan het stuurwiel van zijn Big Mama zeilschip bij Magnetic Island in Australië

Toch straalt het gezin een tevredenheid uit die je niet snel aan de wal ziet: man, vrouw en zoon zijn volledig op elkaar ingespeeld, de een bedient het forse stuurwiel, de ander ontfermt zich over een reusachtige spinaker terwijl de derde scones, salade en gestoomde makreel serveert uit eigen keuken.

Gaat dat altijd goed? Alsof ze de onuitgesproken vraag heeft gehoord, zegt Lisa: “We zijn verbonden met de zee, maar we kennen Australië ook. Het hele land hebben we doorkruist. En ik ben ook blij als ik af en toe een week of twee alleen word losgelaten op het land. Even geen gezelschap aan boord: tijd voor familiebezoek, rust om tot mezelf te komen – als je dan terugkomt, is het opnieuw spannend. Laatst was ik op een toerismebeurs – we zullen onze cruises toch moeten promoten – en toen begon het na een paar nachten in het hotel toch te kriebelen: hoe zou het zijn aan boord? Ik was dolblij om Stu weer in de armen te vliegen en Fletcher te knuffelen.”

Onno Aerden tijdens de zeil- en snorkeltocht met Big Mama Sailing bij Magnetic Island in Australië

Gelukkig, denk ik onbewust: zelfs zeevarenden hebben af en toe land nodig, zoals ik af en toe water nodig heb. Verandering van elementen verzet de zinnen, zorgt voor nieuwe ruimte.

Zoals vandaag, als ik snorkel tussen babyhaaien en koraal, zon op een strandje waar ik nooit was terechtgekomen zonder dit bootgezin.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.