Man op reis in Australië: wat is tijd?

30 maart 2018 door

Het informatiecentrum van de Glasshouse Mountains oogt fris, in het aanpalende parkje staan de barbecues standaard aan, zoals overal langs de Oostkust: wie trek krijgt moet meteen kunnen kokkerellen. Een paar groepjes mensen doen dat ook, ook al is het nog geen middag – eten heeft in dit land meer met plaats dan met tijd te maken, lijkt het soms.

Hier krijgen bezoekers alle denkbare informatie voorgeschoteld over het regenwoud rond de bizarre Glasshouse Mountains: dertien bergen die als kale punten plotseling opsteken uit het groen. We kunnen het vanaf een uitzichtpunt naast het gebouw in volle glorie bewonderen, we kijken wel vijftig kilometer over het land uit.

Uitzicht over de  Glasshouse Mountains in Australië.

25 miljoen jaar geleden, lezen we op een bord. Toen zijn de bergen ontstaan, na branden en gasexplosies uit het binnenste van de aarde – dat natuurgeweld hield duizenden jaren achtereen aan.

Onvoorstelbaar.

Een man komt naast ons staan, ziet ons afwisselend lezen en kijken. “Wisten jullie dat Uluru, vroeger Ayers Rock, maar drie miljoen jaar oud is? Toch is die rots wereldwijd bekend geworden, en deze bergen…” Hij maakt zijn zin niet af, die daardoor nog aan kracht wint: we kijken wellicht naar het oudste stuk Australië, constateren we voorzichtig. “Nou, het oudste regenwoud ligt verderop naar het noorden,” zegt de man, terwijl hij al half wegbeent. “Daintree is ouder dan wat dan ook hier.”

Man op reis in Australië: wat is tijd?

Toepen en over-toepen met leeftijden; het past wel bij dit ontzagwekkende continent. Als we vanaf het bezoekerscentrum het woud inlopen, zien we bomen staan die honderden jaren oud zijn. Zelfs dat vind ik al nauwelijks voorstelbaar – lastig om je los te weken van de mens als maatstaf aller dingen. Hoe verder we het woud inlopen, hoe bescheidener je wordt, het gaat vanzelf. Vrijwel alle flora en fauna is zoveel ouder dan wij – ik bedoel: wij als soort. De mens komt maar net kijken. Schildpadden en krokodillen overleven mensen; ik heb eerder onder een pier een enorme Queensland groper zien zwemmen, een tandbaars, een andere wandelaar merkte achteloos op dat zo’n vis wel zeventig kon worden.

De natuur is niet alleen overweldigend in omvang, hij maakt gebruik van zijn almacht om op zijn dooie akkertje te leven, zichzelf vorm te geven. Drukmakerij om zoiets als leeftijd is iets voor passanten als wij, mensen die burgemeesters op bezoek krijgen als ze honderd worden.

Nietig begeef ik me naar het bezoekerscentrum terug voor een kop koffie en een home baked taartje.

De vrouw achter de kassa heet ons uitgebreid welkom en vraagt ons vooral te melden wat er beter kan: “We zijn net open, een week of drie.”

Godzijdank: iets nieuws.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.