Man op reis in Nieuw-Zeeland: de Nederlander

28 februari 2019 door

Jeroen Jongejans neemt een biertje. Zijn vriendin, in de deuropening van hun appartement in de ‘marina’ van Tutukaka: “Zou je dat nou wel doen?”

Als ze is verdwenen zet de montere Fries het glas onverstoorbaar aan zijn mond: proost.

Zo gek is haar bezorgdheid niet opper ik voorzichtig: heeft mijn gastheer me net niet verteld dat hij nog maar een week eerder onder het mes lag – kanker? “Ik heb er geen last van,” zegt hij opgewekt. “De wonden zijn schoon, het herstel kan beginnen.”

Vastberadenheid die je gerust koppigheid mag noemen: die karaktertrek heeft Jeroen in het piepkleine kustdorp zowel een bloeiend bedrijf opgeleverd als stapels kritiek van dorpelingen. Vertellen over dat bedrijf is het leukst, zegt hij: als jonge dienstweigeraar en antikapitalistische actievoerder moest hij ooit zijn moederland verlaten. Een oom in Nieuw-Zeeland zei: kom maar hier. Hij landde in Tutukaka, begon er een winkeltje in duikbenodigdheden. Het groeide uit tot een toeristisch bedrijf met een miljoenenomzet: dagelijks varen Jeroens schepen de haven uit met scuba-duikers of dagjesmensen die gaan snorkelen of kajakken. De tochten gaan doorgaans naar de Poor Knight Islands, twaalf zeemijl uit de kust, we zien ze vanaf dit terras aan de einder liggen.

Man op reis in Nieuw-Zeeland: de Nederlander - verhaal van FD columnist en schrijver Onno Aerden
Man op reis in Nieuw-Zeeland: de Nederlander - verhaal van FD columnist en schrijver Onno Aerden

De minder aangename kant van zijn leven hier draait om die eilanden. De bezorgde vriendin van zo-even blijkt ministersdochter, via haar kreeg Jeroen eind vorige eeuw voor elkaar dat de hele eilandengroep beschermd natuurgebied werd.

Een trap tegen de schenen van de lokale bevolking was het; de buitenlander met zijn succesvolle bedrijf werd gedoogd zolang hij maar met zijn tengels van hun levensader, hun plezier afbleef: diepzeevissen. Dat mag nu niet meer rondom de eilanden, terwijl toeristen er eindeloos peddelen en duiken – schande! Zo gonst het al jaren in Tutukaka.

Jeroen neemt nog een slok van het biertje, “het eerste sinds de operatie, heerlijk.” Of hij niet wakker ligt van de vijandigheden, vraag ik – een dorpsbewoner die ik eerder sprak, de man ook in wiens gastenverblijf ik straks overnacht, liep rood aan toen ik zijn naam noemde. Hij had de Dutchman die ik zou bezoeken weleens bij de keel gegrepen tijdens een hoogoplopende ruzie.

“Nee,” luidt het droge antwoord. “De mensen moeten wennen, that’s all. De wereld verandert, de zorg om de eilanden en de zee weegt zwaarder dan de hobby van wat verstokte pleziervissers.” Ik durf die opvatting nauwelijks te delen met mijn gastheer van straks, een trotse zoutwaterliefhebber van in de zeventig die niks moet hebben van het visverbod.

Jeroen glimlacht vriendelijk naar zijn bezoek. “De beroemde duikersfamilie Cousteau noemt de Poor Knight Islands een van de allermooiste duikplekken ter wereld. Vanwege de ongerepte natuur, de overvloedig aanwezige vis. Dit blijft natuurgebied.”

Als ik afscheid neem, spelen twee gedachten een potje vrij worstelen in mijn brein: bewondering voor een stugheid die bergen verzet – en bevreemding over het klakkeloos aanvaarden van de risico’s die zulke stugheid oproept. Wat zeker is: zelfs aan de andere kant van de wereld krijgt niemand de Friese actievoerder uit Jeroen gewrongen.

Onno Aerden is als schrijver en columnist onder meer verbonden aan het Financieel Dagblad en Big Black Book. Voor TravelEssence reist hij naar Australië en Nieuw-Zeeland om in zijn persoonlijke, licht verwonderende stijl, verslag te doen van zijn ervaringen.