Abel in Australië: Sydney, de magie van een wereldstad

23 oktober 2019 door

Wat is precies een wereldstad? Volgens Google is het een stad met een directe en wezenlijke invloed op de wereldpolitiek door sociaaleconomische, culturele en/of politieke middelen. Onzin. Een wereldstad is een plek waar je binnen het half uur met je dikke reet op het strand kan liggen. Sydney is zo’n stad. Hier kan je terecht op zeventig verschillende stranden. Aan jou de keuze, maar wie weinig tijd heeft raad ik aan Shelly Beach te bezoeken. Wij hebben daar gesnorkeld met Damien van Eco Treasures, een laidback local met de hoofdletter L.

Daar, ongeveer veertig meter voor mijn neus, ligt het Sydney Opera House. Het type gebouw dat in dure overdreven Hollywood films vaak volledig wordt vernietigd, dan wel door aliens, dan wel door een globale natuurramp. Zo herkenbaar is het. Ik vraag mezelf af of de bevolking van Sydney überhaupt nog opkijkt van dit knap staaltje architectuur. Ik kan het gebouw in ieder geval wel omhelzen, hoewel dat lastig zou gaan. Ik sta namelijk op een veerboot, op weg naar de overkant van de baai. Die knuffel moet dus even wachten.

Eenmaal aan de overkant waan ik mezelf in een Zuid-Franse badplaats. Dat terwijl ik negenentwintig minuten geleden nog in de foyer stond van het hotel. Ik zie een boulevard met winkeltjes en cafés, zeilboten die kabbelend aan de kade liggen en torenhoge sparrenbomen langs een langgerekt strand. In de branding liggen surfers, jong en oud, te loeren op die ene golf, terwijl op het strand bruine lichamen rustig met de zon mee wentelen. Waar we nu zijn heet Manly Beach. Wij moeten een stukje verderop zijn en lopen de boulevard af.

Shelly Beach is een kleine inham, ingesloten door de betonnen boulevard en het uiteinde van een groene landtong met daar bovenop een uitkijkpunt. Naast het strand bevindt zich een pittoresk restaurant met een zonovergoten terras. Hier zou ik het liefst aanschuiven voor een paar oesters en een bodemloos glas rosé, maar ook dat moet even wachten. We ontmoeten Damien bij het uitkijkpunt. Hij is klein van stuk, heeft een pet op en een grote grijns op zijn gezicht. Dat zou je niet zeggen want hij heeft zojuist gesnorkeld met twintig schoolkinderen. Damien is onvermoeibaar.

Bij het uitkijkpunt staat ook een oude dame met rood haar naar de zee te turen. Haar verrekijker lijkt wel een dubbelloops kanon zo groot. Damien kent haar goed want ze staat hier haast elke dag. “See any?” vraagt hij. De oude dame wijst in de verte naar een witte catamaran. Nog geen twintig meter van het schip knalt plots een fontein omhoog. Goh, denk ik, de laatste keer dat ik een walvis heb gezien kan ik mij niet echt herinneren. Bij nader inzien: ik heb nog nooit eerder een walvis gezien.

Damien is in Sydney opgegroeid. Hij heeft Environmental Studies gestudeerd en is een vat vol wijsheid. Zoiets als een walvis is dagelijkse kost voor hem (spotten niet eten). Toch beseft hij dondersgoed hoe speciaal deze plek is en hoe speciaal het is dat plekken als deze überhaupt bestaan. Dat is ook wat hij zijn gasten probeert mee te geven.

Na een korte wandeling is het eindelijk tijd om te snorkelen. Ik krijg een kogelwerend wetsuit dat mij beschermt tegen het frisse water. Het is zomer in Nederland, maar hier is het winter (hoewel het qua temperaturen niet veel scheelt). Ook krijg ik een stel flippers en een snorkel, waarna ik achter Damien aan het water in schuifel. Niels - het fotogenie - blijft op de kant om ons van bovenaf te filmen met zijn drone.

Als Nederlander vertrouw ik de zee maar weinig. Ik raak dan ook lichtelijk in paniek wanneer ik mijn kop onder water steek. Maar onder het zeeoppervlak lijk ik ineens te kunnen ademen. Met deze nieuw verworven superkracht speur ik de kleurrijke oceaanbodem af. Ik zwem achter groepjes vissen aan waarvan ik de naam niet weet of kan onthouden en dein mee op de stroming alsof op een wolkendek. Uiteindelijk kom ik een blauw paarse vis met hazentanden tegen. Bovenwater vertelt Damien dat dit een napoleonvis is. Net als zijn naamgenoot ooit was, is deze vis nogal territorial en verjaagt die alle mannetjes uit zijn territorium. Maar mocht de vis ooit sterven, dan verandert een vrouwtjesvis van geslacht en neemt zijn plek in. Zo heeft de natuur dat gewoon geregeld.

Als we het water uitkomen kijkt het fotogenie ons beteuterd aan. Waarschijnlijk omdat hij het snorkelavontuur heeft gemist. Maar wat blijkt, is dat zijn drone mid zee geen commando’s meer opvolgde. Na een uur lang roerloos boven de branding te zoemen ging de machine - geheel tegen de fabrieksnorm in - in duikboot modus (As we speak is het apparaat nog steeds de oceaanbodem aan het verkennen).

Afijn, we zitten met een probleem. Voordat de winkels sluiten moeten we een nieuwe drone scoren. De volgende dag vertrekken we namelijk naar Uluru. “No worries mate” zegt Damien “I’ll take you downtown”. In zijn grote bus vol met zwembandjes en duikmateriaal brengt Damian ons via de Sydney Harbour Bridge naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum. Inmiddels is het donker, het Opera House baadt in kunstmatig licht. De locals boffen er maar mee, volgens mij zijn het daarom van die relaxte mensen.

Abel Thijssen is samen met fotograaf Niels Stomps op reis geweest naar Australië. Zij hebben de verhalen van onze hosts gehoord en vastgelegd. Dit heeft tal van leuke verhalen en anekdotes opgeleverd, die Abel met u wil delen.