De seizoenen in Nieuw-Zeeland zijn tegenovergesteld aan die op het noordelijk halfrond. Als het winter in Europa is, is het in Nieuw-Zeeland zomer! Het noorden van Nieuw-Zeeland ligt ongeveer ter hoogte van Casablanca en het zuiden ter hoogte van Parijs. Maar omdat Nieuw-Zeeland midden in de Stille Oceaan ligt en er altijd een aangename zeebries waait wordt het er nooit zo heet als in Marokko, Spanje of Frankrijk.
De zomer begint officieel in december. Tussen Kerstmis en half januari hebben de Nieuw-Zeelanders zomervakantie en dan is het er dus erg druk.Vanaf half december gaan de prijzen omhoog en hotelaccommodatie is dan schaars en duurder. Als u niet bij familie of vrienden gaat logeren raden wij u daarom aan de periode tussen Kerstmis en half januari te mijden.Van half januari tot eind februari is het nog steeds zomer, een prima tijd voor Europeanen om de Europese winter te ontvluchten. Het is dan nog hoogseizoen, maar het is rustiger dan in de periode waarin heel Nieuw-Zeeland vakantie viert.
In de maanden maart en april, en ook nog in mei, als de temperatuur licht zakt, is het overdag nog aangenaam warm. Het is dan ook stiller en veel bedrijven beschouwen deze periode als een tussenseizoen, ideaal bijvoorbeeld voor wie er met een kampeerwagen op uit wil trekken. Als u niet uit bent op grote warmte, dan is deze periode ideaal voor een bezoek. U hebt grote delen van het land voor uzelf en de prijzen kunnen ook minder hoog zijn. Zwemmen in zee kan nog steeds, al is er kans op storm.
Van eind mei tot eind juli is het winter. Tijd om te gaan skiën in de berggebieden, maar in het noorden kun je ook gaan zeilen, desgewenst in luchtige kledij. Verwarrend, vindt u niet? Afgezien van de wintersportplaatsen is het nu overal laagseizoen en dus erg rustig. Toch is dit geen slechte tijd om Nieuw-Zeeland te bezoeken. U mag niet rekenen op zomerse warmte, maar wel op veel groen en tamelijk mooie dagen. In de buurt van de kust schommelt de temperatuur tussen 8 en 16 graden Celsius en in de bergen… ja, daar is het erg koud. Zelfs als het weer slecht is, blijft het Nieuw-Zeelandse landschap mooi en dramatisch. Warmte van de open haard, stevige maaltijden, aangename bedden en veel rust en stilte – eigenlijk ook een prima tijd voor een bezoek.
In de maanden augustus en september is het voorjaar. Het noorden heeft dan al een paar warme dagen en het zuiden ontwaakt langzaam uit zijn winterslaap. Er zijn volop bloemen en bloeiende bomen en struiken, bossen en weiden zien er frisgroen uit en het land is op z’n mooist. Smeltwater uit de bergen vult de rivieren, de zon verwarmt het zeewater en de dagen worden snel langer.In oktober en november verwarmt de zon het zuiden, terwijl in het noorden al sprake is van hitte. Er is nog steeds kans op een late storm, maar evenzeer op heerlijke zonnige dagen. Een kwestie van geluk hebben. Maar hoe dan ook, Nieuw-Zeeland is nu op z’n groenst.
Reiservaringen