Bali, het Indonesische “eiland van de goden” maakt op elke bezoeker een diepe indruk. En geen wonder, want de sfeer op het eiland is heel bijzonder, de mensen zijn relaxed en vriendelijk en er is geweldig veel te zien en te doen. Bali is een paradijselijk tropeneiland met een eeuwenoude cultuur die ongeschonden bewaard is gebleven, een weelderige natuur en echte droomstranden.
De sfeer op Bali is ontspannen en open, maar er is ook sprake van een zekere geheimzinnigheid alsof het leven wordt beheerst door hogere machten waar wij stervelingen geen vat op hebben. De angstaanjagende maskers bij de hindoetempels lijken in die richting te wijzen al zijn ze versteend en ongevaarlijk. Meer dan 20.000 tempels zijn er op het eiland dat ongeveer zo groot is als de provincie Gelderland, en ze variëren van klein en bescheiden, op de binnenplaats van elke wooneenheid, tot groot en indrukwekkend zoals de “moedertempel” Pura Besakih aan de voet van de heilige berg Mt.Agung of de Pura Tana Lot op een rots hoog boven zee (zeer fotogeniek, vooral tijdens zonsondergang).
Behalve cultuur heeft Bali veel schitterende natuur. De Balinezen houden van de natuur; bloemen en planten spelen een belangrijke rol in hun leven. Overal kun je genieten van uitbundig groeiende slingerplanten, varensoorten, heliconia’s, bromelia’s, frangipani en orchideeën in een jungleachtige ambiance. De mooiste natuur vind je in het binnenland, bijvoorbeeld in het nationale park Bali Barat in het noordwesten, in het bergachtige Bedugul, bij de vulkanen Agung (3142 m) en Batur (1717 m) met hun canyons en kratermeren. En er zijn overal terrasvormige rijstvelden en watertuinen, oases van rust en pure schoonheid.
Bali is beroemd om zijn stranden. De grote stranden in het zuiden trekken de meeste toeristen. De voornaamste badplaats is Kuta met honderden bars, restaurants, discotheken en souvenirwinkeltjes. Ten oosten van Kuta ligt het gezellige Sanur dat meer een familiebestemming is, terwijl Kuta zich meer richt op jongeren. Een stuk rustiger zijn het strand van Jimbaran, beroemd om zijn vele visrestaurants, en Nusa Dua op het schiereiland in het zuiden. Legian en Seminyak ten noorden van Kuta, Candidasa in het zuidoosten en Lovina in het noorden (met zwart zand) zijn in opkomst.
Behalve de hoofdstad Denpasar (mooi museum en interessante markt) vind je op Bali geen grote steden. Een belangrijke toeristenplaats en tegelijk het culturele centrum van Bali is Ubud in het midden van het eiland. Er is een museum vol Balinese kunst, je kunt er naar uitvoeringen van traditionele dansen (kecak en barong), een kunstgalerie bekijken of de levendige markt, een wandeling maken in het apenbos.
Bali heeft voor iedereen iets te bieden: cultuur, natuur, ontspanning en totale rust. Voor sportievelingen zijn er legio mogelijkheden: fietsen en wandelen, paardrijden, zwemmen, surfen, snorkelen en duiken, trektochten maken in de natuur, mountainbiken, wildwatervaren, zeilen, golfen. Accommodaties zijn er in alle prijsklassen en het wemelt er van de eetgelegenheden waar de ons bekende gerechten als nasi goreng, saté en rijsttafel niet ontbreken.
Bali heeft een tropisch klimaat met 2 seizoenen: nat (tussen november en april) en droog (mei tot en met oktober). De temperatuur schommelt tussen 21 en 33 graden Celsius, maar in hoger gelegen gebieden is het koeler.
Reiservaringen